MLCC Corpus of European Parliamentary Debates 1992-1994 This partially TEI conformant electronic version edited by the MLCC project. This file is 363249 bytes long, containing approximately 54021 words of text.

This electronic version was produced by the Multilingual Corpora for Cooperation (MLCC) project funded by the European Union. It has been converted to use the ISO-LATIN-1 character set (where possible) and to be conformant SGML (TEI file headers, body of text described by the MLCC debates dtd).

The original electronic version of this file was produced by the Office of Publications of the European Cummunities (OPOCE), Luxembourg.

For a description of the MLCC project, see the toplevel 00REPORT.tex file.

For a description of the markup conventions used in this corpus, see the files editdecl.txt, 00README and doc.body in the directory two levels up.

Dutch 17/10/95 Reinhard Rapp Initial automatic processing of original files into SGML conformance. 6/96 David McKelvie TEI header addition
ISSN 0378-5025 Bijlage Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. 3-446 Uitgave in de Nederlandse taal Handelingen van het Europees Parlement Zitting 1994-1995 Volledig verslag van de Vergadering van 23 en 24 maart 1994 Leopoldcomplex, Brussel

Inhoud

Vergadering van woensdag 23 maart 19941 1. Hervatting van de zitting, blz. 1 - 2. Dringende en bijzonder belangrijke politieke kwesties, blz. 2 - 3. Economisch beleid, blz. 10 - 4. Verwelkoming, blz. 14 - 5. Economisch beleid (voortzetting), blz. 15 - 6. GATT, blz. 19 - 7. Richtsnoeren voor de begroting 1995, blz. 31 - 8. Openbare aanbesteding in Wallonië, blz. 36

Vergadering van donderdag 24 maart 199439 1. Goedkeuring van de Notulen, blz. 39 - 2. Cohesiefonds, blz. 40 - 3. Vervoer en energie, blz. 45 - 4. Stemming, blz. 48 - 5. Onderbreking van de zitting, blz. 55

TEN GELEIDE

Naast de Nederlandstalige uitgave verschijnen de Handelingen in de overige acht officiële talen van de Gemeenschap: Deens (DA), Duits (DE), Engels (EN), Frans (FR), Grieks (GR), Italiaans (IT), Portugees (PT) en Spaans (ES).

De Nederlandstalige Handelingen bevatten alle interventies in het Nederlands, alsook de vertaling van de overige bijdragen aan het debat. In dat geval staat de oorspronkelijke taal aangegeven.

Voor de authentieke versie zij verwezen naar de Handelingen in de desbetreffende taal.

Lijst van afkortingen van de fracties, zoals vermeld achter de naam van de spreker

(PSE)

Fractie van de Partij van Europese Sociaaldemocraten

(PPE)

Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democratische Fractie)

(LDR)

Liberale en Democratische Fractie

(V)

Fractie De Groenen in het Europees Parlement

(RDE)

Fractie van verenigde Europese democraten

(ARC)

Regenboogfractie

(CG)

Fractie Linkse Coalitie

(DR)

Technische Fractie Europees Rechts

(NI)

Niet-ingeschrevenen

De tijdens de vergaderperiode van 23 en 24 maart 1994 aangenomen resoluties zijn opgenomen in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen nr. C 114 van 24 maart 1994

De als bijlage van het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen verschijnende ,,Handelingen van het Europees Parlement'' omvatten:

­ de volledige verslagen der vergaderingen,

­ het jaarlijkse zaakregister.

Verkoop In overeenstemming met het zittingsjaar van het Parlement lopen de abonnementen van begin maart tot eind februari van het daaropvolgende jaar.

Deze uitgaven zijn verkrijgbaar bij het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen.

Betalingen kunnen slechts worden verricht bij het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen.

Prijs in Luxemburg (exclusief BTW): jaarabonnement 1994-1995: Ecu 188.

Apart nummer: prijs vastgesteld per nummer en opgedrukt.

Deze prijzen gelden voor de genummerde bladzijden, exclusief speciale verzendingskosten.

Ecu 12

EPS:OFFICEPU00

BUREAU VOOR OFFICIËLE PUBLIKATIES DER EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

L-2985 Luxembourg

Handelingen van het Europees Parlement ­ Nr. 3-446 ­ Maart 1994

VERGADERING VAN WOENSDAG 23 MAART 1994 Inhoud

1. Hervatting van de zitting

Wijsenbeek, Andrews, Napoletano, Díez de Rivera Icaza, Fitzgerald1

2. Dringende en bijzonder belangrijke politieke kwesties

Titley, Van den Broek (Commissie), Green, Langes, Galland, Boissière, de la Malène, Bjørnvig, Blot, Van der Waal, Woltjer, Bourlanges, Ewing, Puerta, Dury, Bonde, Titley, Barón Crespo, McMillan-Scott, Robles Piquer, Green, Pangalos (Raad), Bourlanges, Van den Broek, Barón Crespo, Van den Broek2

3. Economisch beleid

Christophersen (Commissie), Metten, von Wogau, Ernst de la Graete, Lataillade, Ib Christensen, Blot, Ribeiro, Papayannakis10

4. Verwelkoming14

5. Economisch beleid (voortzetting)

Pangalos (Raad), Donnelly, Pierros, Bofill Abeilhe, Patterson, Chr. Jackson, Christophersen (Commissie), Dessylas15

6. GATT

Sir Leon Brittan (Commissie), Stavrou, Spencer, Pimenta, Görlach, Van Putten, Randzio- Plath, Peijs, De Clercq, Verbeek, Guermeur, Gollnisch, Piquet, Hindley, Böge, Porto, Lane, Chanterie, Maher, Sir Leon Brittan19

7. Richtsnoeren voor de begroting 1995

Wynn, Napoletano, Colom i Naval, Cornelissen, Marques Mendes, Samland, De Clercq, Duarte Cendán, Wynn, Schmidhuber (Commissie), Cornelissen31

8. Openbare aanbesteding in Wallonië

Vanni d'Archirafi (Commissie), Happart, Thyssen, Vandemeulebroucke, Vanni d'Archirafi, Vandemeulebroucke, Vanni d'Archirafi36

VOORZITTER: MEVROUW FONTAINE

Ondervoorzitter

(De vergadering wordt te 16.00 uur geopend)

1. Hervatting van de zitting

De Voorzitter. - Ik verklaar de zitting van het Europees Parlement, die op vrijdag 11 maart 1994 werd onderbroken, te zijn hervat. (1&footref;)

1

&footref;) Goedkeuring van de notulen: zie Notulen.

&parsep;

Wijsenbeek (LDR). - Mevrouw de Voorzitter, het betreft de wijze waarop deze vergadering georganiseerd is, dus artikel 19 van het Reglement. Ik wijs erop dat in de agenda zoals die verschenen is begin deze week, PE 180.011, bij de verdeling van spreektijd voor de vergadering van donderdag, 60 minuten voor de afgevaardigden staat en dat de gewijzigde agenda, PE 180.011/PDOJ voor de spreektijd van donderdag voor de afgevaardigden nog slechts 30 minuten is gereserveerd. Waar neemt het voorzitterschap en de Conferentie van voorzitters de eenvoudige leden van deze vergadering eigenlijk voor, voor spreekmachines, voor mensen die er absoluut niet toe doen, voor degenen van wie u zonder enige consultatie de helft van hun spreektijd kunt afnemen terwijl zij hun debatten toch al voorbereid hadden moeten hebben.

Mevrouw de Voorzitter, ik protesteer hier ten ernstigste tegen. Ik vind dit geen manier van doen. Men neemt ons niet serieus. Dertig minuten spreektijd in totaal voor een Parlement van 518 leden met een aantal punten op de agenda 1, 2, 3, 4, plus alle stemmingen, is niet serieus te nemen en ik wens dat dit herzien wordt.

De Voorzitter. - Mijnheer Wijsenbeek, ik vestig uw aandacht op het feit dat de ondervoorzitters de Conferentie van voorzitters niet bijwonen. Zij betreuren dit omdat zij vinden dat het wenselijk zou zijn geweest, op zijn minst de uitermate relevante opmerkingen die u zojuist heeft gemaakt, te kunnen doorgeven daar zij immers de plenaire vergaderingen voorzitten. Niettemin heeft de plenaire vergadering anders beslist. Dat weet u, mijnheer Wijsenbeek. Ik kan dit slechts met u betreuren en enkel een situatie vaststellen waaraan ik niets kan doen. Inderdaad zijn dertig minuten erg weinig.

De reden hiervan kan ik u geven. U weet dat wij om 11 uur moeten stemmen, omdat tijdens de vorige vergaderperiode niet kon worden gestemd over een aantal verslagen en deze derhalve gevoegd zijn bij de overige verslagen waarover wij in deze mini-zitting moeten besluiten.

&parsep;

Andrews (RDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben blij in de gelegenheid te zijn uw aandacht te vestigen op de voortdurende en steeds toenemende verontrusting in Ierland en met name in mijn kiesdistrict Dublin over de exploitatie van de centrale van Thorp en in het algemeen gesproken van die van Sellafield. Ik heb het hier tijdens de vorige vergaderperiode in Straatsburg over gehad en zou het voorzitterschap willen verzoeken er bij de commissaris die hiermee is belast op aan te dringen om uitgebreid te reageren op de toenemende nationale en internationale verontrusting over deze voor het milieu zo rampzalige ontwikkelingen.

Men heeft geweigerd een openbaar onderzoek naar de centrale van Thorp in te stellen. Ik zou de Commissie via het voorzitterschap willen verzoeken open kaart te spelen, om doorzichtiger te zijn en ons te laten weten wat de Commissie aan de centrale van Thorp doet. De ontsteltenis over de inbedrijfstelling van de centrale van Thorp neemt voortdurend toe bij de bevolking van Dublin en Ierland, vooral omdat de reputatie van Sellafield op het gebied van de veiligheid zo bijzonder slecht is. Berichten over een aardtrilling die onlangs in Wales heeft plaatsgevonden, hoe klein of onbelangrijk die sommige mensen ook moge lijken, verontrusten de mensen van mijn kiesdistrict en brengen hen van hun stuk.

Het is hoog tijd dat men eerlijk zegt hoe de zaken staan wat de centrale van Thorp betreft. Het is hoog tijd dat de wensen van de bevolking worden geëerbiedigd. Als het de bedoeling is dat er een doorzichtig Europa komt, als het de bedoeling is dat er een Europa komt waarin van culturele verscheidenheid sprake is, als het de bedoeling is dat er een milieuvriendelijk Europa komt, als het de bedoeling is dat er een fatsoenlijk Europa komt dat rekening met de wensen van de bevolking houdt, dan zou men de exploitatie van de centrale van Thorp moeten beëindigen en zou de Commissie precies moeten zeggen wat zij van plan is hieraan te doen.

(Applaus)

De Voorzitter. - Mijnheer Andrews, wij kunnen geen debat over deze kwestie beginnen, maar wij nemen akte van uw verklaring en het voorzitterschap zal contact opnemen met de Commissie.

&parsep;

Napoletano (PSE). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, ik zou graag willen dat u een standpunt inneemt met betrekking tot hetgeen enige dagen geleden is gebeurd. Vorige week heeft een delegatie van het Europees Parlement - een niet-officiële delegatie van vijf vrouwelijke parlementsleden - op uitnodiging van Israëlische en Palestijnse vrouwen een bezoek gebracht aan Jeruzalem, waar zij een aantal (ook officiële) ontmoetingen heeft gehad bij de Knesset. Ons verzoek om een bezoek te brengen aan Hebron - de plaats waar het bloedbad zich afspeelde - werd geweigerd: de Israëlische autoriteiten hebben ons de toegang ontzegd. Wij vonden dit zeer erg, te meer omdat bleek dat in diezelfde periode verschillende fundamentalistische organisaties, die qua opvattingen nauw verwant zijn met de auteur van het bloedbad, daartoe wel toestemming kregen. Wij vinden het werkelijk ongelooflijk dat aan een delegatie van afgevaardigden die gekomen zijn voor de vrede en dialoog de toegang geweigerd werd.

Ik hoop dat deze weigering alleen toe te schrijven is aan een of andere oriëntering van de ordediensten, waarvan de Israëlische regering misschien niet op de hoogte is. Ik voel mij echter wel verplicht het gebeuren te melden en u te vragen, mevrouw de Voorzitter, protest aan te tekenen bij de parlementaire organen van de Knesset.

De Voorzitter. - Mevrouw Napoletano, ik begrijp u volkomen. Wij hebben contacten met collega's van de Knesset, die tijdens de vergaderperiode van de maand april een bezoek aan het Europees Parlement zullen brengen. Ik denk dat dat een heel goede gelegenheid zal zijn om dergelijke kwesties met hen te bespreken.

Diez de Rivera Icaza (PSE). - (ES) Mevrouw de voorzitter, als lid van de delegatie van vrouwen die op uitnodiging van Jerusalem Link de bijeenkomst in Jeruzalem heeft bijgewoond en Hebron zou bezoeken onderschrijf ik volledig de woorden van collega Napoletano. Wij zouden het waarderen, mevrouw de Voorzitter, als u deze kwestie zou kunnen onderzoeken.

De Voorzitter. - Inderdaad, waarde collega, en zoals ik al aan Mevrouw Napoletano heb gezegd, zullen wij dit bespreken met onze collega's van de Knesset tijdens de vergaderperiode van april in Straatsburg.

&parsep;

Fitzgerald (RDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb mijn familie vorige week voor de eerste keer voor een bezoek naar dit gebouw meegenomen. Het was leeg en toen zij foto's begonnen te nemen, werden wij door iemand van de veiligheidsdienst in onze kraag gegrepen. Ik begrijp heel goed dat de man van de veiligheidsdienst conform instructies handelde, maar ik zou willen vragen of de autoriteiten zich voor dit gebouw schamen en of zij niet willen dat burgers die ver van Brussel af wonen weten hoe het eruit ziet? Zou de gevestigde macht in dit soort gevallen van gezond verstand blijk kunnen geven?

De Voorzitter. - Mijnheer Fitzgerald, ik deel uw verbazing. Ik geloof niet dat onze vergaderzaal zo'n geheime plaats is dat er niet kan worden gefotografeerd. Wij zullen dit met de veiligheidsdienst bespreken. (1&footref;)

1

&footref;) Ingekomen stukken - Van de Raad ontvangen verdragsteksten - Machtiging tot het opstellen van een verslag - Regeling van de werkzaamheden - Spreektijd: zie Notulen. 2. Dringende en bijzonder belangrijke

politieke kwesties

Titley (PSE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik zou het over een ordepunt willen hebben. Ik heb begrepen dat de Commissie het tegen ons over de stand van de onderhandelingen over de uitbreiding gaat hebben. Het lijkt volkomen onjuist dat de Commissie die verklaring alleen gaat afleggen, in afwezigheid van leden van de Raad. Ik heb begrepen dat de heer Pangalos zich in het gebouw bevindt. De Raad zou hier toch zeker aanwezig moeten zijn, aangezien de Raad en niet zozeer de Commissie de onderhandelingen voert. Ik zou de Raad willen verzoeken aanwezig te zijn.

De Voorzitter. - Mijnheer Titley, ik kan u bevestigen dat de Raad is uitgenodigd dit debat bij te wonen, maar dat hij van oordeel was dat hieraan geen gevolg moest worden gegeven. Wij betreuren dit evenzeer als u, zoals u zich kunt voorstellen.

Aan de orde is de mededeling van de Commissie over dringende en bijzonder belangrijke politieke kwesties.

Van den Broek , lid van de Commissie. - Mevrouw de Voorzitter, sinds ik het Parlement voor de laatste maal mocht toespreken op 9 maart jongstleden kan gemeld worden dat in de uitbreidingsonderhandelingen, zoals u intussen zult hebben vernomen, in ieder geval met Noorwegen, ook de onderhandelingen konden worden afgesloten. Dat wil zeggen dat nu alle 28 beleidshoofdstukken met de vier kandidaat-landen voorlopig kunnen worden gesloten. In die zin zijn wij er dus in geslaagd, is de Raad erin geslaagd met de hulp van de Commissie, om de verplichtingen na te komen die wij destijds waren aangegaan voor wat betreft de kalender. In feite heeft het ons slechts dertien maanden gekost om overeenstemming te bereiken met drie van de kandidaten en minder dan twaalf maanden met Noorwegen.

Deze onderhandelingen waren niet gemakkelijk. Zij waren in feite ingewikkelder dan bij vorige uitbreidingen van de Unie het geval was, maar zij zijn dus wel sneller verlopen. De inhoud van deze overeenkomsten is aanzienlijk en wij dachten dat alle betrokken partijen er tevreden mee zijn. Hoewel ik dus enerzijds zeer verheugd ben met hetgeen bereikt is, zult u ook begrijpen dat wij anderzijds ook zeer bezorgd zijn.

Helaas door vertraging bij het bereiken van overeenstemming over het ene nog openstaande hoofdstuk, namelijk dat van de instellingen, is de toekomst van de voorlopige overeenkomsten op losse schroeven komen te staan. Deze situatie kan naar het oordeel van de Commissie in ieder geval niet voortduren. Met de dag neemt het risico toe dat deze nauwkeurig uitgebalanceerde en uitonderhandelde overeenkomsten worden ontrafeld of worden ondergraven. Nu is het moment nog gunstig om het uitbreidingsproces tot een goed einde te brengen. Die kans wordt echter wel met de dag kleiner en indien die kans wordt gemist dan zullen de gevolgen zich zowel in de kandidaat-landen als in de Unie doen gevoelen.

Alle inspanningen in de Raad van gisteren ten spijt, het heeft er nog niet toegeleid dat het institutionele probleem van de gekwalificeerde meerderheid, of zoals u wilt van de blokkerende minderheid, is opgelost. Deze vertraging betekent dat het Parlement het gevaar loopt tijd tekort te komen voor een behoorlijk debat over het ontwerp van de Toetredingsakte. Het bereiken van overeenstemming over het institutionele hoofdstuk valt uiteraard, en de heer Titley wees daar terecht op, onder de verantwoordelijkheid van de Raad. Maar dat wil niet zeggen dat de Commissie daar een geringer belang bij heeft of daar minder nauw bij is betrokken. Want ook de Commissie zal niet gaarne zien dat haar recht van initiatief in een uitgebreide Unie krachteloos wordt gemaakt door het thans accepteren van verlammende besluitvormingsprocedures.

De Commissie heeft er al hetgene aan gedaan dat van haar verwacht mag worden om de bestaande impasse te helpen doorbreken. Na de drie resoluties van het Parlement over de uitbreiding van juli en november van verleden jaar en van februari dit jaar, wisten wij dat de institutionele kwestie voor het Parlement van het allergrootste belang is. U heeft om oplossingen gevraagd die geen belemmering vormen voor een efficiënte besluitvorming in de Unie. De Commissie heeft gisteren samen met de trojka actief deelgenomen aan het opstellen van compromisoplossingen waarvan wij konden aannemen dat die aanvaardbaar zouden zijn. Dat bleek echter nog niet het geval. Thans is het de bedoeling van de Raadsvoorzitter om de beraadslagingen voort te zetten in het zogeheten &dqml;Gymnich-overleg&dqmr; van de ministers van Buitenlandse Zaken dat aanstaand weekend, ook in aanwezigheid van de Commissie, in Griekenland zal plaatsvinden.

De Commissie hoopt dat deze zeer netelige institutionele kwestie de verschillende commissies van het Parlement niet zal beletten de werkzaamheden over de onderhandelingsresultaten, die de Raad en de Commissie aan haar hebben voorgelegd, om die toch aan te vatten. Wij weten dat wij daarmee een moeilijk en delicaat verzoek tot u richten, maar achten het belang daarvan buitengewoon groot.

De Commissie blijft ervan overtuigd dat het politiek gezien van eminent belang is de termijn voor de uitbreiding aan te houden en dat betekent dat de kandidaten op 1 januari van volgend jaar zouden moeten toetreden. Wij weten niet, en dat is ook moeilijk in te schatten, welke schade de huidige impasse aanricht in de publieke opinie van de kandidaat-landen die voor de eerste maal gunstig lijkt te reageren op de positieve resultaten van de overeenkomsten, maar die thans dreigen het momentum te verliezen als de huidige problemen rond de institutionele kwestie niet spoedig worden opgelost. Het is ook buitengewoon lastig om aan de publieke opinie van de kandidaat-landen duidelijk te maken wat hier exact op het spel staat. Het vormt een grote teleurstelling, met name ook voor de regeringen van de kandidaat-landen, dat deze impasse is ontstaan.

Wij dachten dat het succes van de onderhandelingen, het afsluiten daarvan, de Unie een nieuw elan had gegeven. Ik vrees echter dat dit nieuwe elan verloren zal gaan indien het tijdpad voor de uitbreiding niet kan worden aangehouden en dan zouden wij wel eens een historische kans kunnen hebben gemist. Dit was het wat ik in eerste instantie graag aan u wilde meedelen.

Green (PSE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik zou de commissaris willen bedanken voor de openhartige wijze waarop hij zijn argumenten vandaag ten overstaan van het Parlement uiteen heeft gezet. Ik wil namens de Socialistische Fractie en tevens als leider van de Britse Labour-afgevaardigden in de notulen opnemen dat ik mij schaam over het schandelijke gedrag van de Britse regering ten aanzien van de kwestie van de blokkerende minderheid. Hoe kan een regering die voor de bescherming van de nationale belangen van haar bevolking beweert te vechten doelbewust een verkeerde voorstelling van zaken geven?

De Britse regering zegt in Groot-Brittannië - en dat is ongelofelijk - dat zij de status quo wil handhaven en dat de andere lidstaten vechten om dingen te veranderen. Kan men het Britse volk werkelijk kwalijk nemen dat het niet begrijpt wat er gebeurt als hun eigen regering hen zulke regelrechte leugens verkoopt? Labour-afgevaardigden steunen samen met onze partners in de Socialistische Fractie de noodzaak van een verandering in de blokkerende minderheid, die ten minste tot 27 opgetrokken moet worden om de status quo werkelijk te behouden en om er ten minste zorg voor te dragen dat het besluitvormingsproces in de Europese Unie niet op institutioneel niveau verslechtert.

Ik weet dat de commissaris zich realiseert dat de Britse regering het gehele uitbreidingsproces in gevaar brengt door ten aanzien van deze kwestie zonder scrupules obstructie te voeren, zich daarbij op schaamteloze wijze aan partijpolitiek schuldig makend. Wij weten dat de uitbreidingsakkoorden een netelig en zorgvuldig samengesteld pakket zijn. Is de Commissie het er niet mee eens dat de Britse regering, door deze hele kwestie na achttien maanden zorgvuldige onderhandelingen op te rakelen - een kwestie waar zij tijdens de Top van Lissabon in juni 1992 al haar goedkeuring aan had gehecht - het bijzonder moeilijk, zo niet onmogelijk voor dit Parlement maakt om aan het eind van zijn zittingsperiode zijn instemming met het uitbreidingspakket te betuigen? Door dit te doen zetten zij tevens het hele pakket op het spel dat zeker ontrafeld zal worden als gevolg van het schandelijke gedrag van de Britse regering en haar wens om haar eigen partij in de periode die aan de Europese verkiezingen voorafgaat te beïnvloeden en bij elkaar te houden.

(Applaus)

Langes (PPE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ieder die de discussie over de toetreding van de vier landen de afgelopen maanden heeft gevolgd, zal de woorden van de commissaris onderschrijven en verheugd zijn dat een resultaat is bereikt. Dit resultaat is gebaseerd op compromissen waarvoor enige strijd nodig was en we zijn blij dat we dit nu zorgvuldig kunnen onderzoeken. Mijn fractie heeft de toetreding van deze democratische staten altijd verdedigd. Mijnheer de Commissaris, u heeft het terecht verbijsterend genoemd dat de Raad als bevoegde instelling een zeer belangrijk punt in de onderhandelingen niet reeds vorig jaar heeft opgelost, maar pas nu, namelijk volgende zaterdag of dat hopen we toch tenminste.

De grote meerderheid van mijn fractie, waaronder ook mijn Britse collega's, zijn van mening dat deze 27 stemmen voor het Parlement van essentieel belang zijn.

(Applaus)

Wij verzoeken de afgevaardigde van de Commissie dit op de bijeenkomst in Griekenland nog eens extra te verduidelijken. Het Parlement heeft nog andere vragen opgeworpen, waarvoor wij ook een signaal van de Raad verwachten, vooral met betrekking tot de Verdragen van Maastricht. Voor mij is het totaal uitgesloten dat de Verdragen van Maastricht nu op een of andere manier nog eens worden veranderd. Degenen die dit wensen, zijn tegen de toetreding van deze staten, zo eerlijk moeten we toch tegenover onszelf zijn.

Daarom moeten we samen de 27 stemmen resoluut eisen en ik herhaal dat mijn Britse collega's deze eis steunen. Over deze kwestie heerst in dit Parlement een brede consensus, afgezien van enkele weinige collega's die denken dat er nog een soort tussenoplossing bestaat.

Mevrouw de Voorzitter, ik had het over de grote meerderheid van mijn fractie. Dat er in onze fractie nog een minderheid is die er een andere mening op nahoudt, weet iedereen en dat zal ook in andere fracties het geval zijn. Tijdens het debat zal wel blijken tot welk resultaat we zullen komen. In elk geval moet één ding duidelijk zijn: als we niet met de toetreding instemmen, missen we een historische kans!

(Applaus)

Galland (LDR). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, ook ik wil mijn dank uitspreken aan de commissaris wiens openhartige woorden afsteken bij de verhullende taal die wij tot op heden over deze uitbreiding hebben gehoord.

Mijnheer de commissaris, u heeft gezegd dat het dertien maanden heeft gekost om tot overeenstemming te komen. Dan moeten we dit woord, overeenstemming, nog tussen aanhalingstekens zetten. Is er een akkoord? Me dunkt dat er een wezenlijk element ontbreekt, namelijk het institutionele aspect. Wat dat betreft moeten wij onze verbazing uiten. U heeft de drie resoluties van het Europees Parlement genoemd. In alledrie is de nadruk gelegd op het institutionele probleem. Hoe kan men dertien maanden lang het uitbreidingsproces en de onderhandelingen hebben laten evolueren zonder tegelijkertijd dit institutionele probleem te hebben geregeld? En dan komt dit aspect plotseling op de valreep ter sprake en zorgt het voor een ernstige crisis binnen de Unie.

Mijnheer de commissaris, de vraag is nu of er een compromis mogelijk is in Ioannina, in Griekenland. Wij zouden u een ding willen zeggen. Er is geen enkel compromis mogelijk over een institutionele verzwakking.

(Applaus)

U heeft gezegd dat dit probleem onder de verantwoordelijkheid van de Raad valt. Het valt ook onder uw verantwoordelijkheid. De Commissie is de hoedster van de Verdragen, laten wij dat niet vergeten.

(Applaus)

En wij wenden ons tot de Commissie, de hoedster van de Verdragen.

Mijnheer de commissaris, maakt u duidelijk - de pers heeft het gezegd, de Raad weet het en u weet het, onze collega's van de Fractie van de Partij van de Europese Sociaaldemocraten en van de Fractie van de Europese Volkspartij hebben het u zojuist gezegd - dat u over een institutionele verzwakking en over 27 stemmen of 23 stemmen onder voorwaarden geen instemming van dit Parlement kunt krijgen, want de overgrote meerderheid is tegen. U behoeft zelfs niet de moeite te doen ons voor te stellen op een dergelijke basis te gaan stemmen.

(Applaus)

Weest u zo vriendelijk, mijnheer de commissaris, om in Ioannina en aan voorzitter Delors te zeggen, dat wij geen hypocrisie willen; wij willen duidelijkheid. Wij zeggen ja tegen de uitbreiding en wij zouden overigens ook graag willen weten - een vraag die ik u stel - of u ons kunt vertellen, wanneer het Parlement zal beschikken over de tekst van de Toetredingsverdragen in alle talen, opdat wij weten - wij geven toch blijk van soepelheid - of wij al dan niet de mogelijkheid hebben deze te bestuderen.

Ja tegen de uitbreiding derhalve, maar in ieder geval nee tegen een beperking van de beslissingsbevoegdheid van de Unie. De verantwoordelijkheid ligt bij u. Wij hopen dat u in de uitbreidingsonderhandelingen zult slagen, maar u moet in Ioannina duidelijk zijn en geen artistieke waas laten ontstaan rond verantwoordelijkheden voor het Parlement die niet van het Parlement, maar van de andere instellingen zijn.

(Applaus)

Boissière (V). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, mijn vraag aan de commissaris is de volgende: denkt u ook niet, evenals onze fractie, dat deze kwestie van de blokkerende minderheid van 23 of 27 stemmen niet de centrale vraag is, al mogen wij het belang ervan natuurlijk niet onderschatten? In dat opzicht heeft men, denk ik, de aanpak extreem willen beperken door zich uitsluitend te concentreren op de vraag van 23 of 27. Het gaat er niet om een verzwakking op institutioneel niveau te vermijden. Wat wij al maandenlang, of zelfs jarenlang, hebben gesteld, is dat er een vooruitgang nodig is, dat er pas een uitbreiding mogelijk is, wanneer het institutionele vraagstuk in belangrijke mate is herzien, dat wil zeggen het vraagstuk van de medewetgevende procedure. Wordt het dan ook niet tijd, mijnheer de vertegenwoordiger van de Commissie, een stelsel van dubbele meerderheid in overweging te nemen? En wordt het niet tijd nog vóór 1996, opdat het tijdpad van 1995 daadwerkelijk wordt aangehouden, artikel N te herzien, dat naar onze mening de minimale hervorming in het kader van de Toetredingsverdragen is om nog te kunnen spreken van een houdbare en duurzame uitbreiding?

Tweede vraag, mijnheer de commissaris: bent u bereid ons te steunen, opdat wij niet de procedure van het comité der wijzen, dat voor ons intergouvernementeel zal blijven, in gang behoeven te zetten. Moeten wij daarom niet de voorkeur geven aan een andere formule, die van een interinstitutionele conferentie met de Commissie, de Raad en uiteraard onze instelling? Met een intergouvernementele conferentie kan immers geen goede inspraak worden gewaarborgd noch de valkuilen van het Verdrag van Maastricht worden vermeden. Deze oplossing is natuurlijk wel een noodmaatregel vergeleken bij een werkelijke medebeslissingsbevoegdheid op institutioneel gebied.

de la Malène (RDE). - (FR) Mijnheer de commissaris, mijn vraag is gericht aan u als hoeder van het Verdrag. U heeft daarstraks gezegd, en meerdere sprekers hebben dit beaamd, dat wij momenteel in een wat moeilijke periode verkeren, waarbij wij hopen op een goede afloop, maar wij stellen ons vragen over de procedure. In artikel O van het Verdrag van Maastricht staat dat de Raad bij een verzoek tot toetreding de Commissie raadpleegt, de instemming van het Parlement vraagt en vervolgens met eenparigheid besluit. Een tweede alinea betreft de akkoorden en aanpassingen. Daarover bent u nu in onderhandeling.

Maar voor zover ik weet, mijnheer de commissaris, heeft de Raad ons Parlement niet gevraagd in te stemmen met het toetredingsverzoek van welk van de vier kandidaat- landen dan ook. Ik herinner het me niet en ik vraag mij af in welk stadium van de toetredingsprocedure wij ons nu bevinden. U bent verantwoordelijk als hoeder van de Verdragen, mijnheer de commissaris. Ik zou dus graag, aangezien wij midden in onderhandelingen zitten waarover wij nog niet hebben gestemd, zoals in artikel O, eerste alinea van het Verdrag van Maastricht is vereist, - ik zou dus graag dat de hoeder van de Verdragen mij opheldering verschaft over deze vraag, mijnheer de commissaris.

Bjørnvig (ARC). - (DA) Mijnheer de Commissaris, nu de verhandelingen uiteindelijk toch nog rond kunnen geraken, wil ik graag het volgende weten: kunnen de kandidaatlanden er zeker van zijn dat ze hun hogere milieunormen mogen behouden, zelfs na de overgangsperiode van 4 jaar door de milieugarantie in artikel 100 A, lid 4 te gebruiken in gevallen waar de Europese Unie lagere normen heeft? Deze vraag kunt u met ja of neen beantwoorden.

Blot (DR). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega's, is het niet schokkend dat zo kort na de getruqueerde aanname van het Verdrag van Maastricht de instellingen in hun huidige vorm opnieuw ter sprake worden gebracht teneinde de blokkerende minderheid te veranderen en te verzwakken? Is het niet schokkend dat de akkoorden die zijn aanvaard, dus het gegeven woord aan de vier kandidaat-landen van de Europese economische ruimte weer in twijfel wordt getrokken om redenen die volledig losstaan van de problemen in verband met hun toetreding, dat wil zeggen vanwege interne institutionele procedures?

Bestaat er dan geen enkele juridische stabiliteit in de Gemeenschap? Het institutionele recht zou dus van de politieke meerderheid van het moment afhankelijk zijn, buiten iedere normenhiërarchie. Dat is juridische barbarij. Moeten wij niet, om deze zeer slechte indruk weg te nemen, het debat over de uitbreiding onherroepelijk loskoppelen van het institutionele debat?

Van der Waal (NI). - Mevrouw de Voorzitter, in de pers heeft de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken er terecht opgewezen dat het bij de huidige institutionele discussie om niets minder gaat dan om de principiële vraag waar het met Europa heen moet. Maar dan verbaas ik mij erover dat zo'n fundamentele kwestie in het kader van deze uitbreiding beslist moet worden en vooral in zo'n laat stadium. Ik weet dat bij de uitbreidingen in het verleden de stemverhoudingen in de Raad eveneens zijn bijgesteld. Maar nu met het Verdrag van Maastricht de beleidsterreinen van de Unie belangrijk zijn uitgebreid, is het toch niet vanzelfsprekend dat de lidstaten over deze gebieden meer soevereiniteit willen afstaan, temeer daar het Verdrag van Maastricht duidelijk heeft gemaakt dat bij de burgers grote huiver bestaat tegen verdere centralisatie van bevoegdheden.

In 1996 komt de institutionele inrichting van de Unie sowieso op de helling. Waarom kan met de institutionele kwestie dan niet gewacht worden zodat ook de nieuwe lidstaten mee kunnen praten? De toekomstige structuur van Europa is toch wel een afzonderlijk en diepgaand debat waard.

Ik ben van mening dat wij het ons niet kunnen veroorloven om de uitbreiding voor deze kwestie op het spel te zetten. Uitbreiding verdient hoge prioriteit niet in het minst als signaal naar de landen van Midden- en Oost- Europa. In het belang van hun eigen ontwikkeling maar ook voor de stabiliteit van Europa dienen deze landen te weten dat zij nu de volgende kandidaten voor toetreding zijn.

Woltjer (PSE). - Voorzitter, twee duidelijke vragen die geen misverstand laten over mijn ontzetting betreffende het egoïsme en minachting voor de Europese Unie zoals dat nu bij de toetredingsonderhandelingen door enkele regeringen in de Raad zo schaamteloos ten toon is gespreid.

Ten eerste, is de commissaris niet met mij van mening dat het enthousiasme van het Verenigd Koninkrijk voor de toetreding van de EVA-landen direct na het aanvaarden van het Verdrag van Maastricht uitsluitend, en ik herhaal, uitsluitend werd ingegeven door haar streven de besluitvorming binnen de Unie en de verworvenheden van het Verdrag van Maastricht zo snel mogelijk weer uit te hollen in plaats van zoals door haar werd gesuggereerd door haar jarenlange vriendschap voor deze landen?

Ten tweede, de commissaris heeft reeds op de mogelijke negatieve gevolgen van de huidige problemen op de publieke opinie en de kandidaat-lidstaten gewezen. Ik zou de commissaris willen vragen nog iets duidelijker te zijn en er mee in te stemmen dat een dergelijke schaamteloze houding niet alleen de publieke opinie in de toetredende landen van de Europese Unie negatief beïnvloedt, maar ook die in onze lidstaten zelf en dat dit als een boemerang kan werken en een diepe crisis in de Unie teweeg kan brengen. Ja, dat zelfs, al wordt er het komend weekend nog een oplossing gevonden, het gevaar groot is dat de burgers zich toch nog walgend zullen afkeren van deze koehandel.

Wees ervan overtuigd dat het Parlement niet mee zal doen aan deze koehandel!

Bourlanges (PPE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, de Raad is afwezig. Wij richten ons dus tot de Commissie, volgens de algemeen gangbare gewoonte dat aan de aanwezigen de afwezigheid wordt verweten van diegenen die er niet zijn. Maar wij zouden graag de Commissie als onze afgevaardigde, als onze ambassadeur bij de Raad zien om hem te zeggen dat het Parlement zich buitengewoon ergert te moeten toezien dat de Raad maandenlang tegenover onze eisen, onze wettige vragen, slechts een muur van minachting, zwijgen en afwezigheid stelt, terwijl de Verdragen ons een duidelijke instemmingsbevoegdheid hebben toebedeeld. Wij hebben er meer dan genoeg van en de prestaties van de Raad overtuigen ons niet van zijn doeltreffendheid. Mijnheer de commissaris, gaat u hem dat aanstaande zaterdag in Noord-Griekenland zeggen; wij zullen u er dankbaar voor zijn.

Tweede probleem: de Commissie stelt onophoudelijk en met veel toewijding compromissen voor betreffende de toepassing van het begrip blokkerende minderheid, waarbij met name aan extra termijnen wordt gedacht. Wanneer zullen de Commissie en de Raad eens ophouden met dit geknutsel? Wij weten dat de voorgestelde compromissen onverenigbaar zijn met de letter van het Verdrag, en vooral met de medebeslissingsprocedure, artikel 189 B, leden 5 en 6, waarin de beslissingsprocedures van de Raad in strikte termijnen zijn vastgelegd en die onverenigbaar zijn met de voorstellen die u doet. Wij waarderen de moed die de heer Delors gisteren heeft getoond, maar ik verzoek u u hieraan te houden. Houdt op met knutselen, houdt op met het voorstellen van compromissen zonder kop of staart die niets inhouden en die in feite - u kijkt verbaasd, mijnheer de commissaris, maar de voorzitter van de Raad heeft ons vanmorgen verteld dat hij samen met u vannacht een compromis in elkaar heeft gezet, dat ons inderdaad volledig onbevredigend voorkomt. Misschien heeft de voorzitter van de Raad zich vergist. Zegt u ons dit, wij zullen er blij om zijn. In ieder geval vragen wij u morgen en overmorgen dezelfde standvastigheid te tonen als waarvan u gisteren blijk heeft gegeven.

Enfin, zou er nog, na wat de Raad heeft gedaan, of juist niet heeft gedaan, één collega zijn, één parlementslid die zou kunnen denken dat de Raad, die niet eens in staat is een stoel in een kamer te verplaatsen, die niet eens in staat is het eens te worden over een blokkerende minderheid, binnen twee jaar de loodzware verantwoordelijkheid voor de herziening van de Verdragen in het kader van de intergouvernementele conferentie op zich kan nemen? Wat er nu gebeurt is een bewijs uit het ongerijmde dat het Parlement gelijk heeft met haar stelling dat een uitbreiding zonder verdieping ontoelaatbaar is. Wat er nu gebeurt, toont aan dat, als wij niet allen reageren en met name als de Commissie niet alle institutionele problemen aan de orde stelt, en niet alleen de kwestie van de blokkerende minderheid, de intergouvernementele conferentie van morgen tot een impasse en tot verlamming is veroordeeld, en Europa gedoemd is te mislukken.

(Applaus)

Ewing (ARC). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb er begrip voor dat de Commissie neutraal moet zijn in het geschil over de gekwalificeerde meerderheid en de blokkerende minderheden na de uitbreiding. Ik zou de Commissie niettemin willen verzoeken het Verenigd Koninkrijk vóór de volgende onderhandelingsronde in herinnering te brengen dat het de uitbreiding op het spel zet, blijkbaar om het armzalige, uit Euro-rebellen bestaande overblijfsel van het Parlement in Westminster zoet te houden. Ik val de Tory-afgevaardigden hier, die vóór Europa zijn niet aan, maar ben van oordeel dat de mindere goden het in dit geval voor het zeggen hebben.

Is de commissaris zich niet bewust van de hypocrisie van het Verenigd Koninkrijk dat met betrekking tot de uitbreiding een moeizamer besluitvorming nastreeft en nochtans met een makkelijker besluitvorming instemt als het om ingrijpende wijzigingen in het gemeenschappelijk visserijbeleid gaat en om kwesties met betrekking tot de toegang van Noorwegen tot visgronden, ten aanzien waarvan Groot-Brittannië juridisch gezien op eenparigheid had kunnen aandringen. In dit geval verzoeken zij echter om een moeizamer besluitvorming. Is het niet opmerkelijk dat Duitsland, Frankrijk en Italië erop vertrouwen dat de toekomstige uitbreiding van de EU rechtvaardig zal zijn? Waarom kan het Verenigd Koninkrijk dat niet doen?

Puerta (NI). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik ben het eens met de collega's die duidelijk gesteld hebben dat de Raad -die hier vandaag afwezig is maar vanmorgen wel de bijeenkomst van de Commissie buitenlandse zaken en veiligheid heeft bijgewoond- &dqml;het paard achter de wagen spant&dqmr;, zoals wij ook in Spanje zeggen.

De Raad is doof gebleven voor de verzoeken van dit Parlement en met name voor onze resolutie van november vorig jaar waarin wij een interinstitutionele dialoog eisten. In het licht van die omstandigheden kan er geen sprake zijn van een uitbreiding van de Unie. Wij moeten bovendien rekening houden met de publieke opinie in de landen die willen toetreden, met name in Noorwegen want wij hebben hier nog niet al te zeer rekening mee gehouden.

Ik wil mijn volledige steun uitspreken voor het standpunt van het Parlement. Op grond van het gezag, dat mijn lidmaatschap van een partij die het binnenlandse beleid van de Spaanse regering niet steunt en evenmin gelieerd is met de belangrijkste oppositiepartij, mij kan verlenen, wil ik hier een duidelijk onderscheid maken tussen het Britse en het Spaanse standpunt. Die kunnen immers niet als gelijk beschouwd worden. We moeten duidelijk stellen dat Spanje voor een dubbele blokkeringsminderheid pleit die waarschijnlijk geen hervorming van het Verdrag vergt of afbreuk doet aan de institutionele verworvenheden. Wij eisen wel dat rekening wordt gehouden met de gevolgen die een uitbreiding van de Unie op de Noord-Zuid-betrekkingen binnen onze Gemeenschap zal hebben. Ik wil hier krachtig pleiten voor flexibiliteit en dialoog tijdens de komende twee jaar voor de hervorming van het Verdrag in 1996.

Tenslotte wil ik de fungerend Voorzitter van de Raad oproepen tot sereniteit in plaats van dramatiek. Hij moet meewerken aan de afronding van deze onderhandelingen en begrip opbrengen voor de legitieme beweegredenen van de verschillende instellingen van de Gemeenschap.

Dury (PSE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, het uitbreidingsproces wordt ernstig bedreigd, maar erger nog: het is de toekomst van de Europese Unie die wordt bedreigd. Ik wijs erop dat steeds wanneer nieuwe landen zich bij ons hebben gevoegd, het noodzakelijke aantal stemmen om besluiten te kunnen blokkeren is verhoogd. Mevrouw Thatcher had dat destijds overigens aanvaard. Om heel eerlijk te zijn, moet ik net als andere collega's zeggen dat, ook al zou er een compromis worden gevonden in Ioannina, dit altijd een wankel en voor ons onaanvaardbaar compromis zou zijn geweest.